Toetreding en validatie
In dit onderdeel behandelen we hoe de diensten overeenkomen of verschillen om toe te treden tot het afsprakenstelsel.
Toetreden
De belangrijkste rol in het Twiin Afsprakenstelsel is de zorgaanbieder als Twiin Deelnemer. De zorgaanbieder tekent de Twiin Deelnemersovereenkomst en treedt op die manier toe tot het Twiin Afsprakenstelsel. Het Twiin Afsprakenstelsel geeft daarmee invulling aan de eis uit NEN7512 dat zorgaanbieders voorafgaand aan de uitwisseling van medische gegevens goede afspraken maken om het vertrouwen te borgen. Ook AIG is gericht op uitwisseling tussen zorgaanbieders. Dat betekent dat zorgaanbieders in het kader van geboortezorg ook baat hebben bij het Twiin Afsprakenstelsel voor het maken van goede afspraken om het onderlinge vertrouwen te borgen bij de uitwisseling van gegevens. AIG noemt NEN7512 als een randvoorwaarde (R15) - https://babyconnect.atlassian.net/wiki/spaces/VBC/pages/103088129/Randvoorwaarden+en+uitgangspunten . Enkel verwijzen naar NEN7512 is onvoldoende voor aansluiting bij Twiin, omdat het Twiin Afsprakenstelsel specifieke invulling geeft aan de vereisten uit die norm. Zorgaanbieders die zijn aangesloten bij AIG hebben nu veelal de Twiin model samenwerkingsovereenkomst getekend om uit te wisselen. Als daarin geen grote wijzigingen zijn aangebracht door de deelnemers aan AIG, kan die samenwerkingsovereenkomst worden vervangen door de Twiin Deelnemersovereenkomst. Alle zorgaanbieders die nu de model samenwerkingsovereenkomst hebben getekend, moeten de Twiin Deelnemersovereenkomst tekenen als zij op basis van het Twiin Afsprakenstelsel willen uitwisselen.
Aandachtspunt: Onduidelijk is of de huidige afspraken met deelnemers van AIG voldoende in lijn zijn met de Twiin Deelnemersovereenkomst voor een overstap van AIG naar de Twiin Deelnemersovereenkomst doordat individuele aanpassingen kunnen zijn gemaakt op de model samenwerkingsovereenkomst.
Validatie
Zorgaanbieders kunnen zich niet op korte termijn laten valideren door de Twiin Organisatie voor de zorgtoepassing geboortezorg. Voordat validatie door de Twiin Organisatie mogelijk is, is er eerst een nadere uitwerking nodig van de zorgtoepassing geboortezorg. Ook moeten er leveranciers zijn die de gegevensuitwisseling ondersteunen met een gevalideerd Twiin knooppunt (GtK). Hiervoor moet er ook een generiek communicatiepatroon zijn beschreven in de technische kern waarmee opvraging van geboortezorg gegevens mogelijk is.
Specifiek is een nadere uitwerking nodig van de Twiin Implementatiewijzer voor de zorgtoepassing geboortezorg. De huidige uitwerking heeft de status ‘informative’ en is opgenomen in het Twiin Ontwikkelsupplement. Opname in dit ontwikkelsupplement zorgt voor verduidelijking van de punten waar de huidige uitwerking van de zorgtoepassing afwijkt van de eisen van het generieke deel van Twiin. Het ontwikkelsupplement biedt de basis om vast te leggen op welke wijze zorgaanbieders uitwisselen zolang zij nog niet gevalideerd zijn. Dat betekent dat zorgaanbieders in aanvulling op de Twiin Deelnemersovereenkomst een bijlage bij de Twiin Deelnemersovereenkomst moeten (laten) opstellen specifiek voor de zorgtoepassing geboortezorg. Die bijlage heet in het Twiin Afsprakenstelsel:‘Samenwerkingsvoorwaarden’. In die Bijlage ‘Samenwerkingsvoorwaarden’ staat dan uitgewerkt hoe zorgaanbieders invulling geven aan het Twiin Afsprakenstelsel zolang zij nog niet zijn gevalideerd. De structuur en indeling van die bijlage volgt uit het hoofdstuk voorwaarden van het Twiin Afsprakenstelsel.
Vanuit geboortezorg is men bezig met de introductie van een XIS-keurmerk met bijbehorende normenkader. Het keurmerk stelt eisen aan gebruikte informatiesystemen om zo te valideren of de gebruikte ICT voldoet voor de Zorgverlener/eindgebruiker (https://babyconnect.org/voorbereiding-introductie-xis-keurmerk-geboortezorg/ ).
Aandachtspunt: Nader onderzoek is nodig of het XIS-keurmerk dat ontwikkeld wordt in het kader van AIG een plek kan krijgen in het Twiin Afsprakenstelsel.