Doel: het in kaart brengen van de overeenkomsten en verschillen tussen het Afsprakenstelsel Integrale Geboortezorg en Twiin, met als doel een zorgtoepassing Geboortezorg te kunnen opnemen in het Twiin Afsprakenstelsel. Dit maakt mogelijk dat betrokken zorgverleners in de geboortezorg landelijk gezondheidsgegevens beschikbaar kunnen stellen en kunnen raadplegen op basis van het éénhandtekeningprincipe van Twiin.
Status: Draft. De fit-gap analyse is in 2024 afgerond. Op onderdelen zijn er verschillen tussen beide afsprakenstelsels die overbrugd moeten worden om een zorgtoepassing Geboortezorg op te kunnen nemen in het Twiin Afsprakenstelsel. Zie voor meer details de verschillende hoofdstukken in de inhoudelijke analyse.
Planning voor opname in Twiin: het uitwisselen van gegevens in de geboortezorg is gebaseerd op het principe van ‘netwerkzorg’, waarbij verschillende zorgverleners op meerdere momenten in het zorgproces informatie kunnen toevoegen of bevragen. Het zorgproces is hierbij niet lineair. Binnen Twiin zal hiertoe minimaal een TA Pull (RESTful) beschikbaar moeten zijn waarbij de grootste afhankelijkheid momenteel de invulling van diverse generieke functies is. Zie 10.3.3 TTA FHIR Pull voor de laatste ontwikkelingen.
(Verwachte) impact: doordat een aantal van de verschillen gaan over de manier waarop invulling is gegeven aan diverse generieke functies zijn wijzigingen in de technische kern van Twiin nodig. Noodzaak is dat met deze wijzigingen de consistentie in het afsprakenstelsel behouden blijft, ook voor andere zorgtoepassingen. De impact van deze wijziging is gemiddeld tot groot.
Benodigde acties voor opname in Twiin Afsprakenstelsel:
-
Beschikbaarheid TA Pull (RESTful) inclusief invulling van generieke functies voor Identificatie & Authenticatie, Autorisatie, Toestemming, Lokalisatie en Adressering (Programma IGF, VWS). Zie ook: 10.3.3 TTA FHIR Pull.
-
Beschikbaarheid van geschikte authenticatiemiddelen die een voldoende hoog betrouwbaarheidsniveau hebben, uitgegeven door een vertrouwde derde partij (TTP) zoals het CIBG, passend bij het gebruik in ambulante zorg. (DEZI-stelsel, Wet DIAZ, VWS)
-
Beschikbaarheid van GTK’s door leveranciers in de geboortezorg.
Aanleiding
In 2024 hebben experts vanuit Twiin, Babyconnect, Nuts en VZVZ een analyse uitgevoerd van de overeenkomsten en verschillen tussen het Twiin Afsprakenstelsel (Twiin Afsprakenstelsel v1.2.1) en het Afsprakenstelsel Interoperabiliteit Geboortezorg (Hierna te noemen: “AIG”, publicatie van juli 2022 met changes t/m 2022 W37, naast enkele aanvullende gepubliceerde en actuele informatie). Deze analyse is een update van een eerdere fit-gap analyse die in 2022 is uitgevoerd en met name inging op de infrastructuur- en informatie-laag. In deze fit-gap analyse zijn ook punten rondom organisatie en governance in ogenschouw genomen.
Het doel van de analyse is de overeenkomsten en verschillen van beide afsprakenstelsels in kaart te brengen om vervolgens te onderzoeken op welke manier een zorgtoepassing geboortezorg kan worden opgenomen in het Twiin Afsprakenstelsel.
De aanleiding hiervoor is het verzoek van de Twiin Stuurgroep om de Fit-Gap uit 2022 (Beschreven in het document “Uitkomsten Fit/Gap-analyse Babyconnect-Twiin-Nuts”, 27 mei 2022.) te actualiseren. Een bijkomende factor is dat CareCodex het beheer van het AIG is gestopt gelet op het aflopen van het VIPP-subsidieprogramma Babyconnect (Om uitwisseling na VIPP Babyconnect te waarborgen is het Duurzaam Informatieselsel Geboortezorg(DIG) opgericht.). Het initiatief Blinkz heeft deze rol overgenomen.
Twiin biedt met het generieke deel van het afsprakenstelsel een breed fundament voor verschillende zorgtoepassingen. VWS heeft het Twiin Afsprakenstelsel aangewezen als de landingsplek voor geharmoniseerde vertrouwensafspraken. Deze analyse gaat in op de vraag in hoeverre de afspraken gemaakt in het AIG passen in het Twiin Afsprakenstelsel om een zorgtoepassing geboortezorg op te kunnen nemen.
Samenvatting
-
Het Afsprakenstelsel Integrale Geboortezorg (hierna: AIG) verschilt in opzet en structuur van het Twiin Afsprakenstelsel. Om de zorgtoepassing geboortezorg op te nemen in het Twiin Afsprakenstelsel zijn aanpassingen nodig in de governance van AIG.
-
Hoewel AIG-overeenkomsten zijn gebaseerd op de Twiin-overeenkomsten, zijn deze niet identiek.
-
Het AIG noemt verschillende MedMij-rollen vanuit de uitkomstdoelen van Babyconnect zodat het vooralsnog nodig blijft om te verwijzen naar het MedMij Afsprakenstelsel voor de onderdelen die zien op uitwisseling tussen zorgaanbieder en cliënt, tenzij het gedachtegoed van de actor ‘patiënt centraal’ ook elders/in Twiin ondergebracht kan worden.
-
AIG bouwt op Nuts en de Bolt Zorginzage. Nuts maakt afwijkende keuzes voor sommige generieke functies ten opzichte van Twiin, die overbrugd zullen moeten worden.
-
Uitwisselingen via Nuts Nodes zijn RESTful. Twiin beschrijft momenteel alleen een op SOAP gebaseerde Pull en heeft (onder andere vanwege het nog in ontwikkeling zijn van benodigde landelijke gemeenschappelijke voorzieningen) nog geen RESTful gebaseerde uitwerking.
-
In de Nuts Bolt Zorginzage worden DID (Decentralized Identifiers) genoemd als geaccepteerd identificatie-middel. Deze DID’s worden gevonden aan de hand van diverse identifiers zoals KvK-nummer, URA-nummer, AGB-code. HINQ heeft op dit moment eigen credentials (VC’s) voor deelnemers. Hieraan gekoppeld zijn zowel de UZI-pas als IRMA/Yivi-app voor authenticatie. (De subsidieregeling en het AIG vereisen “publieke en één of meerdere door de overheid erkende private authenticatiediensten op minimaal betrouwbaarheidsniveau substantieel. Indien ‘substantieel’ nog niet breed beschikbaar is zal tenminste ‘2-factor authenticatie’ worden toegepast;”). Twiin vereist, in lijn met de NEN7512, authenticatiemiddelen die voldoen aan beveiligingsniveau ‘eIDAS-hoog’. In de praktijk van de zorg is de UZI-pas het enige beschikbare middel die aan dit niveau invulling geeft. CareCodex volgt het Dezi-project waarbij WDO-erkende inlogmiddelen worden gebruikt. De huidige UZI-pas is niet voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij AIG een haalbare oplossing.
Uitgangspunten, structuur en kaders
Deze analyse volgt de hoofdstukindeling van het Twiin Afsprakenstelsel. Voor elk hoofdstuk is een vergelijking gemaakt tussen het Twiin Afsprakenstelsel en AIG. Per onderdeel is aangegeven of AIG valt in te passen in de structuur en de afspraken die nu zijn opgenomen in het Twiin Afsprakenstelsel. In dit rapport zijn de begrippen en de termen van het Twiin Afsprakenstelsel gebruikt als uitgangspunt.
De analyse ziet allereerst op het generieke deel van het Twiin Afsprakenstelsel. Steeds is de vraag of geboortezorg is in te passen als zorgtoepassing in het Twiin Afsprakenstelsel. Immers zijn er vereisten die volgen uit de zorgtoepassing die (mogelijk) moeten leiden tot aanpassing: ofwel van het generieke deel van het Twiin Afsprakenstelsel, zoals de communicatiepatronen ‘push’ en ‘pull’, ofwel de specifieke vereisten voor de zorgtoepassing. Zo veel mogelijk is aangeduid wat mogelijke aandachtspunten zijn om de zorgtoepassing geboortezorg zoals nu ingericht in AIG in te passen als zorgtoepassing in het Twiin Afsprakenstelsel.
Bij analyse van de Twiin Voorwaarden hanteren we de volgende kleurcoderingen om verschil en overeenkomst te duiden:
|
Niet in huidige Fit-Gap behandeld. Nader onderzoek nodig |
|---|
|
Geen verschil geconstateerd |
|
Overbrugbaar verschil geconstateerd |
|
Groot verschil geconstateerd |
Afhankelijkheden voor opname in Twiin
De volgende onderwerpen zijn onderhanden en randvoorwaardelijk voor opname in het Twiin Afsprakenstelsel:
|
Onderdeel |
Opdrachtgever |
Uitvoering |
Status |
Verwachte oplevering |
|
Beschikbaarheid TA Pull (RESTful) |
VWS, programma LDN |
Programma Twiin |
Zie: 10.3.3 TTA FHIR Pull |
Q4 2026 |
|
Beschikbaarheid van geschikte authenticatiemiddelen |
- |
Leveranciers |
In afwachting van DEZI stelsel |
onbekend |
|
Beschikbaarheid GTK’s voor geboortezorg |
- |
Leveranciers |
onbekend |
onbekend |